FLEVOFARM MEDISCH.
In Flevofarm Medisch vertelt Astrid Bos, maandelijks over de medische aspecten van de drafsport in het algemeen en de fokkerij in het bijzonder. Astrid Bos is veterinair en als zodanig verbonden aan de Dierenkliniek Emmeloord en de Flevofarm. Deze maand vertelt zij over wormen bij het paard.
Wormen zijn nog steeds een bedreiging voor de gezondheid van onze paarden. Veel problemen als koliek, slechte groei en diarree zijn terug te voeren op de schadelijke effecten van wormen. Alle paarden in Nederland hebben wormen. Een goede wormbestrijding is daarom van groot belang.
De meest voorkomende wormen bij het paard:
Veulenworm
Deze worm richt eigenlijk alleen schade aan bij veulens. Bij oudere paarden
komen deze wormen wel voor maar richten niet zozeer schade aan. Besmetting vindt
voornamelijk plaats doordat de merrie larven uitscheidt via de biest en de melk.
Veulens kunnen op deze manier tot ongeveer 6-7 weken leeftijd besmet worden. De
via de melk opgenomen larven zijn zover ontwikkeld dat ze direkt in de darm
verder kunnen ontwikkelen. De volwassen wormen leven in en op het slijmvlies van
het voorste deel van de dunne darm en kunnen diarree veroorzaken. Al op 8 dagen
na infectie kunnen deze veulens eitjes uitscheiden via de mest.
Spoelwormen
Spoelwormen worden vrijwel alleen bij jonge paarden gezien. Deze wormen zijn
heel groot (tot ongeveer 50 cm!) en wit van kleur. Het ziet er ongeveer uit als
spaghetti. De volwassen wormen produceren eitjes. Deze wormeitjes worden
uitgescheiden via de mest en uit deze eitjes ontwikkelen zich larven. Besmetting
vindt plaats door orale opname van deze zogenaamde infectieuze larven. De
volwassen spoelwormen richten op zichzelf niet zoveel schade aan. Echter als
deze grote wormen in grote aantallen voorkomen kan dit verstoppingen veroorzaken
en in enkele gevallen tot een verscheuring van de darm leiden. De larven maken
een trektocht door het lichaam via de lever en de longen. Deze kunnen hier
schade aanrichten wat zich kan uiten in een versnelde ademhaling, hoesten en
neusuitvloeiing. Daarnaast kunnen deze wormen ook klachten als sloomheid, slecht
eten en gewichtsverlies veroorzaken.
Grote strongyliden
Deze wormen zijn ongeveer 2,5 cm lang en wit van kleur. Er bestaan
verschillende soorten en afhankelijk van de soort gaan de larven vanuit de darm
via de lever of de bloedvaten weer terug naar de darm. De verschillende stadia
van deze wormen kunnen bloedarmoede, koliek, slecht eten, vermageren en een
dorre, doffe vacht veroorzaken. Besmetting vindt plaats door orale opname van
tot larfjes ontwikkelde eitjes die uitgescheiden zijn via de mest.
Kleine strongylilden
Dit zijn kleine rode wormpjes. Er bestaan weer verschillende soorten die
varieren in lengte van ongeveer 0,5 tot bijna 3 cm lang. De larven van deze
wormen dringen de wand van vooral de dikke darm en de blinde darm binnen. Er
vormt zich dan een kapseltje om de larven. Na een bepaalde periode verlaten de
larven het kapseltje en worden de wormen volwassen op het darmslijmvlies. Vooral
het massaal ontwikkelen en vrijkomen van larven geeft problemen en kan ernstige
diarree veroorzaken. Andere symptomen zijn slecht groeien, vermageren, ruige
vacht, koliek, koorts, bloedarmoede. Besmetting vindt ook hier plaats doordat
met de mest uitgescheiden eitjes ontwikkelen tot larven die vervolgens oraal
opgenomen worden.
Lintwormen
De cylus van de lintworm gaat via een tussengastheer, nl de mosmijt. De
besmetting vindt plaats door opname van de met de lintworm besmette mijten. Deze
mijten bevinden zich onder andere in gras, hooi, stro en kuilgras. De lintworm
bevindt zich met name in de overgang van de dunne darm naar de blinde darm.
Vroeger dacht men dat lintworminfecties relatief ongevaarlijk waren. Recent
onderzoek heeft echter aangetoond dat bepaalde vormen van koliek samenhangen met
lintworminfecties.
Horzels
De gewone paardenhorzel is een roestkleurige tot bruingevlekte vlieg. De
horzels leggen eitjes op het paard, bij voorkeur op de manen, de schoft en de
benen. De paarden worden besmet door het likken van haren, bezet met eieren op
het eigen lichaamsdelen of die van soortgenoten. De larven komen uit het eitje
en dringen in de mond het slijmvlies binnen. De larven trekken naar het
achterste gedeelte van de tong, worden doorgeslikt en komen in de maag terecht.
Hier hechten de larven aan het maagslijmvlies. Het schadelijk effect van deze
larven valt meestal mee. Zware infecties kunnen ontstekinsverschijnselen in de
maag veroorzaken.
Om de wormen te bestrijden zijn verschillende middelen in de handel, met oa de volgende werkzame stoffen:
Ivermectine werkt tegen alle genoemde wormen behalve de lintworm. Tegen spoelwormen is resistentie aangetoond*. Werkingsduur 8 weken.
Pyrantel werkt tegen alle genoemde wormen, echter niet tegen de horzellarven. In dubbele dosering is er wel werkzaamheid tegen lintwormen. Werkingsduur 6 weken. Moxidectine werkt tegen alle genoemde wormen behalve de lintworm.
Moxidectine is ook werkzaam tegen de in darmwand ingekapselde larven. Moxidectine mag NIET gebruikt worden bij veulens en enige terughoudendheid bij drachtige merries. Werkingsduur 3 maanden.
Praziquantel is het meest effectief tegen lintwormen.
(* bron: studentenreferaat ‘Onderzoek naar de gevoeligheid van Parascaris Equorum voor ivermectine in Noord-Nederland resp. Zuid-Nederland door Annemieke Weteling, Sandra Lems)
Er is geen ontwormingsschema op te stellen, wat in alle situaties optimaal is. Bij een hogere infectiedruk moet vaker ontwormd worden. Faktoren als het aantal paarden, de hoeveelheid grond, mogelijkheid tot omweiden, hebben invloed op de infectiedruk. Bijvoorbeeld wanneer paarden altijd op hetzelfde stukje weiland lopen zal vaker ontwormd moeten worden dan wanneer omgeweid kan worden op gemaaide stukken land.
De volgende richtlijnen kunnen gehanteerd worden om een goed ontwormingsschema op te stellen:
Drachtige merries zo kort mogelijk voor het veulenen ontwormen met ivermectine om besmetting van het veulen met de veulenworm te voorkomen.
Het veulen op 7-10 dagen ontwormen met ivermectine.
Ivermectine herhalen 2-3 weken na de eerste ontworming.
Vervolgens het veulen om de 4-6 weken ontwormen met ivermectine/pyrantel.
Als het veulen een aantal maanden oud is, ontwormen met pyrantel, aangezien dit beter werkt tegen spoelwormen.
In november/december ivermectine gebruiken ivm de horzellarven.
Bij jaarlingen een aantal keren pyrantel gebruiken ivm spoelwormen.
2 x per jaar een combinatiepreparaat met praziquantel gebruiken ivm de lintwormen.
Ivermectine, pyrantel en praziquantel zijn veilig voor drachtige merries. Volwassen paarden:
De bovenvermelde middelen kunnen gebruikt worden waarbij de aangegeven werkingsduur aangehouden kan worden
In november/december ivermectine gebruiken ivm horzellarven
2 x per jaar combinatiepreparaat met praziquantel gebruiken om lintwormen te bestrijden.
Maatregelen om de infectiedruk te verlagen:
Alle paarden in een groep tegelijk ontwormen.
Nieuwe paarden ontwormen voor zij bij de groep gaan.
Voor paarden naar een nieuw stuk land gaan, de hele groep ontwormen.
Niet te veel paarden op een stuk land.
Indien mogelijk omweiden op ‘schone’ stukken land. ‘Schoon’ kan zijn gemaaid, gehooid of beweid door een andere diersoort.
Eventueel regelmatig mest verwijderen.
Daarnaast nog van belang:
Gebruik geregistreerde middelen (om de beste kans te hebben dat wat op de verpakking staat ook inderdaad in de pasta zit)
De juiste dosering is van groot belang. Nooit te laag doseren! De bovengenoemde middelen zijn veilig en kunnen ruim gedoseerd worden. Voor moxidectine geld dit in mindere mate. Dit moet niet teveel overgedoseerd worden en niet gebruikt worden bij veulens.
Kijk goed op de verpakking wat de werkzame stof is en voor welk gewicht een volle spuit is.
Terug naar het medisch overzicht.

Astrid Bos.