FLEVOFARM MEDISCH.
In Flevofarm Medisch vertelt Astrid Bos, maandelijks over de medische aspecten van de drafsport in het algemeen en de fokkerij in het bijzonder. Astrid Bos is veterinair en als zodanig verbonden aan de Dierenkliniek Emmeloord en de Flevofarm. Deze maand vertelt zij over vaccinaties.
Het voorjaar komt er weer aan! Het wordt tijd om ons te gaan voorbereiden op het komend seizoen waarin de veulens weer geboren gaan worden en de merries weer drachtig moeten worden. Welke voorbereidingen kunnen we treffen om alles zo goed mogelijk te laten verlopen? Eén van de vele belangrijke onderdelen hierbij zijn de vaccinaties.
Vaccinaties.
Vaccineren van drachtige merries is belangrijk omdat hierdoor antistoffen
geproduceerd worden die de merrie via de biest aan het veulen meegeeft. Dit
geeft het veulen, vooral in de eerste levensmaand, bescherming tegen ziektes.
In Nederland wordt gevaccineerd tegen influenza en tetanus en eventueel tegen
rhinopneunomie. Om een optimale hoeveelheid antistoffen mee te geven moet de
merrie volgens het juiste schema gevaccineerd worden.
Influenza / Tetanus.
Het influenzavirus veroorzaakt een luchtweginfectie die gepaard gaat met
hoge koorts. De herstelperiode duurt lang, tot zeker 3 weken. Tetanus of 'klem'
is een levensbedreigende ziekte, die moeilijk te behandelen is. Tetanus wordt
veroozaakt door een bacterie die, onder andere, via wondjes het lichaam binnen
kan dringen. Influenza en Tetanus zijn meestal gecombineerd in één vaccinatie.
Vaccinatieschema.
2 keer met 4 tot 6 weken tussentijd. We noemen dit een basisenting.
De eerste "Booster" volgt na 4 tot 6 maanden.
Vervolgvaccinaties, bij voorkeur, iedere 6 maanden maar tenminste jaarlijks.
Het beste is het als de merries ongeveer 4 weken voor het afveulenen gevaccineerd worden. Het veulen krijgt op deze manier de maximale hoeveelheid antistoffen mee. Veulens kunnen vanaf de 5e a 6e maand gevaccineerd worden.
Rhinopneunomie.
Het Rhinopneunomievirus veroorzaakt meestal een luchtweginfectie maar in
sommige gevallen kunnen ook abortus of verlammingsverschijnselen optreden. Tegen
Rhinopneunomie kan gevaccineerd worden, maar dit is geen volledig beschermende
enting. Als een paard gevaccineerd wordt, kan het paard nog steeds ziek worden
als gevolg van Rhinopneunomie. Wel kan in een groep paarden, als alle paarden
gevaccineerd worden, de infectiedruk verlaagd worden. Hierdoor wordt de kans dat
de paarden Rhinopneunomie krijgen kleiner. Het vaccineren tegen Rhinopneunomie
is zinvol als alle paarden in een groep volgens het juiste schema gevaccineerd
worden.
Vaccinatieschema.
2 keer met 4 tot 6 weken tussentijd. We noemen dit een basisenting.
Daarna halfjaarlijks.
Drachtige merries in de 5e, 7e en 9e maand van de dracht.
Volgende maand.
De volgende aflevering zal gaan over een, nog altijd, veel voorkomend probleem
n.l. "wormen".
Terug naar het medisch overzicht.

Astrid Bos.